Rijden over het dak van de wereld

China, een land te groot en divers om er even een korte samenvatting van te geven. Het land met 1,3 miljard inwoners en 56 etnische groepen. Het land dat op papier vijf zelfstandige regio’s kent, waarvan wij de politiek gevoelige regio’s Xinjiang en Tibet doorkruisen. Xinjiang, de grootste provincie van China die 1/8ste deel van het totale oppervlak inneemt. Het gebied waar in de middeleeuwen de zijderoute, de belangrijkste handelsverbinding tussen Azië en Europa, ontstond. Maar ook is het oorspronkelijk de regio van de Oeigoeren, een van oorsprong islamitisch Turks volk dat vandaag de dag onderdrukt wordt. En dan Tibet, een regio die tot 1951 onafhankelijk was en een eigen land vormde waar de Dalai Lama de leider was. Een gebied dat bekend is om zijn boeddhisme, hoogvlaktes, Himalaya gebergte en Mount Everest, die ze zelf Chomolungma noemen en waar het laagste punt nog steeds op een hoogte van 1600 meter ligt en ik begrijp waar de term ‘dak van de wereld’ vandaan komt. De reis door China over het dak van de wereld is letterlijk en figuurlijk adembenemend en bezorgt ons hoogte- en dieptepunten. 

Wanneer om 6.15 uur de wekker gaat, is het nog donker en koud. We hebben wild gekampeerd ergens op de Kirgizische hoogvlakte, zo’n uur rijden van de Torugartpas, een bergpas die op 3752 meter hoogte ligt en de grens met China vormt. We pakken onze tent in, eten yoghurt en muesli, stoppen de laatste voedingsmiddelen die we bij ons hebben in een vuilniszak en zetten de biertjes ergens in het gras. Wellicht dat een herder deze vindt en er nog van kan genieten. China heeft namelijk liever niet dat we eten mee de grens over nemen. We vertrekken en na zo’n uur rijden start een file van vrachtwagens. Blijkbaar is de grens een week dicht geweest vanwege de Chinese vakantie, dus met ons gaan nog vele anderen de grens over vandaag. Het zou wel eens een lange dag kunnen worden.

Gelukkig kunnen we de vrachtwagens passeren en bereiken we de douane van Kirgizië op tijd. We hebben namelijk een tijd afgesproken met onze Chinese gids die ons bij de grens op wacht en zo liggen we nog op schema. Helaas heeft het internet er bij de douane nog niet zo’n zin om te werken vandaag en brengt roet in ons tijdschema. Onze gegevens kunnen niet opgezocht worden, waardoor we het land niet uit gestempeld mogen worden. De douane ambtenaren laten ons wachten in hun warme kantoor, wat wel aangenaam is met de kou buiten.  Na wat gebel krijgen we zo’n twee uur later uiteindelijk toch de stempel in ons paspoort en kunnen we de grens met China rijden die een paar kilometer verderop ligt. Aangezien het daar ondertussen lunchtijd is, is de poort dicht en het uur dat we mogen wachten gebruiken we om onze mede reizigers te leren kennen. Er is namelijk nog een andere auto die mee door China reist, want zonder gids kom je met je eigen auto China niet in en door. 

Een middag met veel stops en controles volgt. Onze tassen worden gecontroleerd, wij mogen op de foto, er wordt een X-ray van onze auto gemaakt, de auto krijgt een chloor bad voor desinfectie, de laptop en telefoons worden gecheckt en er wordt een spyware app op mijn telefoon geïnstalleerd om te checken of ik geen gevoelige informatie het land mee in neem. Uiteindelijk  komen we bij de laatste stop, een groot gebouw waar de immigratie plaats vindt. Het systeem legt mij in het Nederlands uit dat ik één voor één al mijn vingers op de glasplaat mag leggen, mijn gezicht voor de camera mag houden en als ik dat heb gedaan mag ik, ondertussen bijna 12 uur verder, het land China in. We parkeren onze auto bij de grens, aangezien de X-ray in Beijing eerst uit moet wijzen dat we geen rare dingen het land mee in nemen en rijden met een busje richting de stad Kashgar, waar we de komende dagen nog wat dingen mogen regelen voordat we daadwerkelijk met onze auto door China mogen rijden. 

De volgende morgen zit ik in mijn eentje aan een veel te groot ontbijtbuffet waar de keuze reuze is. Johannes is alweer op tijd vertrokken om samen met onze gids de auto op te halen bij de grens en dat is toch zo weer anderhalf uur heen en anderhalf uur terug rijden. In de middag gaat de auto nog even langs de garage voor wat laatste reparaties, om er zo zeker van te zijn dat deze in conditie staat is voor de technische inspectie die morgen volgt. Het zou toch wat zijn dat onze auto afgekeurd wordt en de reis hier in China op houdt? In de avond struinen we door het oude centrum van de oasestad Kashgar en proeven diverse Chinese gerechten op de avondmarkt. Van alles is er te vinden en je kunt heel wat nieuwe dingen uitproberen als je wilt. Waar Johannes altijd wel nieuwsgierig is naar nieuwe gerechten, waagt hij zich aan een paar insecten.

De volgende morgen is het mijn beurt en rijden we de auto naar een plek buiten Kashgar waar wordt vast gesteld dat de auto technisch in orde is, zodat we een tijdelijk Chinees nummerbord én Chinees rijbewijs mogen ontvangen. Onderweg lijkt het af en toe net of de paparazzi achter ons aan zit. Om de paar honderd meter hangen er camera’s boven de weg en worden we op de foto gezet. Je kijkt er zo wel voor uit dat je te hard rijdt. 

Na drie dagen Kashgar hebben we zin om China verder te verkennen en om 9.00 uur de volgende morgen verlaten we, inclusief een Chinese én Tibetaanse gids in de auto, de stad Kashgar. Hoewel de wegen in China prima zijn, schiet de reis met alle politie controles onderweg niet echt op. Het gebied Xinjiang waar  de Islamitische Oeigoeren wonen, is een zeer gevoelig gebied. De Chinese overheid heeft maatregelen genomen en de Oeigoeren worden hier volledig onderdrukt. Wat er precies gaande is en waarom, krijgen wij niet te zien of horen, maar dat dit gebied volop onder controle ligt, dat wordt wel duidelijk. Bij elke stad waar wij aankomen, is er bewaking en volgt een uitgebreide check. Onze documenten worden gecontroleerd, de gidsen krijgen allerlei vragen, en onze auto wordt geïnspecteerd. Op een gegeven moment worden we zelfs onder begeleiding van een politie auto door een stad heen gereden. Waarom krijgen we niet te horen. Veel gebouwen in de steden zijn omringd met prikkeldraad, waaronder ook de tankstations.Ook deze worden bewaakt en alleen de bestuurder mag het benzinestation betreden en de bijrijder mag buiten wachten. Op onze vragen wat hier speelt, krijgen we geen antwoord. Dat hier vreselijke dingen gebeuren, wordt is wel duidelijk. We krijgen er een verdrietig gevoel van. Na 10 politie controles rijden we dan eindelijk de bergen in en vanaf hier worden de controles minder, geeft onze gids aan.

Bij de eerste bergpas, die op 3150 meter ligt, is het wachten op de andere auto, die ruim een uur later met een langzaam tempo de bergpas bereikt. De ventilator blijkt kapot, waardoor de motor oververhit raakt. Aangezien het hierdoor onmogelijk is over de hoge bergpassen te rijden, keren we om. Weer terug naar het gebied met alle politie controles. Op zoek naar een garage die dit kan maken. Het is onderhand al 18.00 uur, dus dat wordt nog een uitdaging en in het eerste plaatsje waar we komen blijkt de garage dit niet te kunnen maken. We mogen dus weer terug naar de grotere stad Yecheng, waar we weer onder begeleiding van een politie auto naar een garage rijden. Ondertussen is het al 22.30 uur en er wordt speciaal een garage geopend voor ons bezoek. Ook hier kan de ventilator niet gemaakt worden. We vinden het wel mooi geweest vandaag en stellen voor om in deze stad te overnachten en morgenochtend een oplossing voor de auto te vinden. Dit wordt direct afgewezen. Er zijn in deze stad geen hotels voor toeristen en we mogen hier absoluut niet blijven. Waarom krijgen we natuurlijk niet te horen. We proberen nog of we in onze auto kunnen slapen of dat we ergens bij mensen kunnen slapen, maar we kunnen hoog en laag springen, onze Chinese gids wordt steeds zenuwachtiger en geeft aan dat we echt moeten gaan. Iets na elven worden wij dus gewoon weer, onder begeleiding  van de politie auto, deze stad uitgereden. Voor het eerst in mijn leven ervaar ik hoe het is om ergens niet welkom te zijn. In het holst van de nacht rijden we terug en zit er niets anders op dan weer helemaal terug te rijden naar de plek waar de reis vanmorgen begon. Terug naar Kashgar, waar we om 4.30 uur in de morgen gesloopt aankomen. Om 6.00 uur mogen we pas inchecken in een hotelkamer en na bijna 24 uur onderweg te zijn geweest, brengen we het grootste gedeelte van de dag in bed door. De eerste kennismaking  met China is nog niet echt fantastisch. 

De volgende morgen gaan we voor de herkansing. De ventilator van de auto van onze mede reizigers is vervangen en doet het weer. Één voor één ondergaan we weer de politiecontroles en zijn blij als we de moeiteloos over de bergpas van 3150 meter rijden en een bergketen met witte toppen voor ons zien liggen. We klimmen verder en dat het kouder wordt is ook te zien aan de rivier die naast de weg ligt. Op sommige plekken is deze al bevroren. In het schemer klimmen we verder en bereiken het hoogste punt van vandaag. Een bergpas van 4969 meter. We dalen af tot 3800 meter, waar een klein hotel is waar we ook mogen kamperen. We klappen onze daktent uit, eten verse noedelsoep, poetsen onze tanden onder een heldere sterrenhemel en kruipen warm onze slaapzak in.

De volgende morgen is alles bevroren en die slaapzak uitgaan is dan ook even een strijd. Wanneer we in een opgewarmde auto zitten, horen we van een van onze gidsen dat het -7 graden was afgelopen nacht.  Via een prachtig verlaten berglandschap klimmen we verder omhoog en voor 10 uur ’s morgens rijden we al een pas van 4909 meter over. Toch ook hier, in het verlaten stuk van China, hebben we voor 12.00 uur alweer twee politie stops te pakken en ik bespeur bij mezelf toch een vorm van weerstand als we bij de tweede stop, die 45 kilometer verwijderd ligt van de eerste, precies hetzelfde riedeltje mogen herhalen en ze weer onze telefoons willen checken. Ik heb er op dat moment even geen zin in en mijn smoesje dat mijn batterij leeg is werkt, waardoor ik die even niet tevoorschijn hoef te halen. Het landschap is prachtig hier, maar Johannes en ik merken wel dat al die controles invloed hebben op het gevoel van vrijheid.

We klimmen verder en tegen 17.00 uur bereiken we de regio Tibet, gewoon door onder een poort door te rijden. Geen controle bij het inrijden van Tibet, ineens veel minder prikkeldraad en de gebedsvlaggetjes worden zichtbaar. Het lijkt hier een stuk minder streng dan in Xinjiang. Hoewel, een paar kilometer verderop volgt toch een politiecontrole, alleen hier hoeven wij niet de auto uit en regelt onze Tibetaanse gids dat we niet al te lang hoeven wachten en door mogen rijden. Het wachten hier is echter geen grote straf. Een prachtig turkoois kleurend meer met op de achtergrond rode bergen liggen naast ons. Wanneer we iets verder rijden, zien we een groen meer liggen waar Tibetaanse antilopes grazen op de grote vlakte ernaast, een prachtig gezicht!

We klimmen verder en gaan de ene na de andere bergpas over vandaag. 4969 meter, 5170 meter, 5248 meter, het houdt niet op. Wanneer we stoppen op de bergpas die op een hoogte van 5346 meter ligt, stoppen we en denken het hoogste punt te hebben bereikt, maar even later rijden we een bergpas met allemaal gebedsvlaggetjes over die op 5380 meter blijkt te liggen! Wat een hoogtemeters, ongelooflijk! Hoewel we in Tadzjikistan natuurlijk al op goede hoogte zijn geweest, is deze ijle lucht zeker voelbaar. Wanneer je een paar honderd meter loopt ben je al buiten adem en we slapen die nacht, op 4600 meter, beide wat onrustig.

De volgende morgen als we opstaan, is het kraakhelder buiten. De luchten kleuren hier zo knal blauw. De rit van vandaag voert ons door een prachtige omgeving. Ik begrijp nu waar het begrip ‘dak van de wereld’ vandaan komt. Via asfaltwegen in zeer goede staat rijden we met een snelheid van 80 kilometer per uur over een goudkleurige hoogvlakte. Niet constant klimmen en dalen, maar eigenlijk gewoon rechtdoor rijden op een hoogte tussen de 4000 en 5000 plus meter, bizar! We rijden langs vele helderblauwe meren, die er stil bij liggen. Sommige zijn bevroren en in weer andere meren is de weerspiegeling van bergen zichtbaar, die op hun beurt bruin, geel, rood of roze kleuren. Af en toe zien we roofvogels, Tibetaanse antilopes, yaks en wilde ezels, die een lichtbruine vacht hebben en net iets groter zijn dan de grijze ezels die ik ken. We stoppen bij een groot meer, vanuit waar we uitzicht hebben op de besneeuwde Indiase bergketen.

Af en toe rijden we door een klein Tibetaans dorpje en zien we vrouwen in kleurrijke warme kleding door de hoogvlaktes lopen waar ze yakpoep verzamelen die vervolgens weer gebruikt wordt om te stoken. Mooi om te zien hoe puur het leven hier is en hoe mensen zo dicht bij de natuur leven. 

Hoewel het met alle Chinese vlaggen op de vele huisjes duidelijk zichtbaar is dat Tibet onderdeel van China is, doet het me goed om in een dorpje waar we doorheen rijden een vrouw met lange donkere vlechten in kleurrijke kleding te zien die een gebedswiel constant draaiende houdt, een typisch boeddhistisch gebruik. In de volgende grotere plaats stoppen we. Een van onze medereizigers van de andere auto heeft hoogteziekte gekregen en aangezien we de komende dagen niet snel af kunnen dalen op deze hoogtevlakte, wordt er een vliegticket voor haar naar de stad Lhasa geboekt. Wij frissen ons op in een hotel en besluiten ergens wat te eten. Aangezien alles in Chinese tekens is en we geen gids bij ons hebben om te vertalen, wijzen we in een restaurant iets aan wat op noedelsoep lijkt. Wanneer we echter een grote kom voorgeschoteld krijgen, blijkt het een hotpot te zijn wat vol zit met orgaanvlees. Niet de beste keuze van vandaag. 

De volgende morgen zetten we onze medereiziger af bij het vliegveld en vervolgen onze weg over het dak van de wereld. Terwijl de besneeuwde bergtoppen van het Himalaya gebergte aan onze rechterzijde zichtbaar wordt, wordt de bergtop met eeuwige sneeuw van de Mount Kailash aan onze linkerkant ook zichtbaar. Wat het mekka is voor moslims, is de Mount Kailash voor Boeddhisten en Hindoes. Deze berg met een hoogte van 6638 meter is de heiligste berg van Azië en wordt door hen ook wel het centrum van de wereld genoemd. Elk jaar lopen een paar duizend Tibetaanse en Indiase pelgrims in één dag rondom de Mount Kailash. Een tocht van 52 kilometer, waar een gewone reiziger drie dagen over doet. Vlakbij de berg zetten we de auto stil en lopen we de hoogvlakte op, waar duizenden gebedsvlaggetjes in kleuren rood, wit, blauw, geel en groen een berg vormen en vele op elkaar gestapelde steentorentjes, waarschijnlijk achtergelaten door Tibetaanse of Indiase pilgrims, te vinden zijn. Het is een plek die rust uitstraalt, bijzonder om hier te mogen zijn.

We rijden door naar het Manasarovar meer, wat op 4590 meter ligt en daarmee het op twee na hoogste zoetwatermeer ter wereld is. Tevens is ook dit meer een heilige plek. Veel pilgrims combineren hun bedevaart naar de Mount Kailash met een bezoek aan het Manasarovar meer. Ook hier weer ongelooflijk helder helderblauw water en de Himalaya schittert op de achtergrond. 

We lunchen in een echt Tibetaans dorp en mooi om overal de boeddhistische symbolen te zien. Op veel plekken is ook de swastika afgebeeld, voor ons beter bekend als het hakenkruis. Zonde dat dit symbool wat staat voor levenskracht en geluk door Hitler is gebruikt en daarom voor ons een nare bijsmaak heeft.

De middag rijden we verder over de hoogvlaktes, waar we weer een bergpas van 5211 meter overrijden, door verlaten dorpjes komen en er op een gegeven moment zelfs een woestijnlandschap met zandduinen opduikt, waarachter weer een helderblauw meer ligt met besneeuwde bergtoppen daar weer achter. Het is werkelijk adembenemend, letterlijk en figuurlijk. Wat een wereld en wat een natuur! 

Wanneer het begint te schemeren zetten wij de gidsen af in een klein dorpje en rijden zelf terug naar de rivier, waar een regenboog boven de berg zichtbaar wordt. Als zon onder is, koelt het snel af en na onszelf te hebben opgewarmd met een pittige noedelsoep in de auto, kruipen we snel de tent in. Gelukkig hebben we warme slaapzakken en Johannes weet het gewoon te presteren om het bij deze nacht, waar het -15 graden is, te warm te hebben. Zijn lichaam is duidelijk in de war hier op 4600 meter hoogte.

De volgende ochtend is alles bevroren. Bibberend klappen we de tent in en rijden naar het dorpje om onze gidsen op te halen. In een klein restaurantje warmen we op met gestoomde momo’s en worden hier nieuwsgierig aangekeken door een groep jongetjes die zich klaar maken om naar school te gaan. 

We vervolgen onze weg verder over de hoogvlaktes waar een duinlandschap zich afwisselt met graslanden waar vele yaks staan te grazen. Af en toe zien we wat huisjes en dames die yakpoep verzamelen. Ik vraag me echt af hoe het leven is hier, het lijkt zo rustig en sereen. Na de lunch zetten we langzaam een afdaling in en komen we na vier dagen weer eens onder de 4000 meter. Zo’n 30 kilometer voor de stad Shigatse, na Lhasa de tweede grote stad van Tibet, stappen onze gidsen bij de andere auto in om een slaapplek te vinden in Shigatse. Wij vinden een plek langs de weg om te kamperen. Het waait hier lekker, dus een mooie kans om de tent te laten drogen. 

Heerlijk om de volgende morgen even met z’n tweeën te zijn, samen te ontbijten en de eerste en de eerste kilometers zonder gids te rijden. In Shigatse pikken we onze gidsen op en vervolgen onze weg naar Lhasa vandaag. Het is hier duidelijk een stuk drukker en door wegwerkzaamheden aan de weg, is het hier zelfs even file rijden. En dan is daar ineens Lhasa, de traditionele hoofdstad van Tibet, wat met zijn ligging op 3650 meter tot een van de hoogste steden ter wereld behoort. Waar Johannes in zijn beleving de stad had voorgesteld zoals in de film ‘7 years in Tibet’, is de werkelijkheid toch even iets anders. Vele moderne hoogbouw komt ons, zo Lhasa binnen rijdend, tegemoet. Moderne winkels met merken als Adidas en Levis rijden we voorbij en even denken we: Is dit wel Lhasa? Tot we het winterpaleis van de Dalai Lama het Potala paleis zien liggen. Ineens, net voorbij de moderne winkelstraat ligt het immens grote rood-wit-goud gekleurde gebouw op een heuvel naast ons. 

We installeren ons in het hotel en besluiten het oude centrum van Lhasa te verkennen. Het is al donker wanneer we bij de Jokhang tempel aankomen, maar eenmaal daar is er geen spoortje van het Chinese China te verkennen. Wat een bijzondere wereld gaat er hier voor ons open. De Jokhang tempel is de heiligste en belangrijkste tempel van Tibet en vele pilgrims uit heel Tibet komen hier te voet naar toe. Volgens het boeddhistische ritueel dien je met de klok mee om de tempel heen te lopen en eigenlijk bij voorkeur niet wandelend, maar al knielend en met het lichaam op de grond uitgestrekt je vooruit te bewegen. En liever niet één ronde, zoveel mogelijk en bij voorkeur 108 keer, het heilige getal van de boeddhisten. Dit is dan ook het ritueel wat wij aantreffen bij de Jokhang tempel. Honderden Tibetanen met een gebedsketting die rondom de tempel gaan, de ene knielend en andere wandelend. We kijken onze ogen uit en zijn helemaal overweldigd. Wat een overgave vindt hier plaats, naar wat een andere wereld zijn wij toe gereden. 

De volgende morgen gaan we met onze Tibetaanse gids naar het Potala paleis. Want dat is wel zo, hier in Tibet kun je niets zonder gids. En dat we niet de enige geïnteresseerden zijn, blijkt wel aan de rij waar we in komen te staan. Samen met vele andere toeristen betreden we het terrein van het paleis. Al vrij verspreid de groep zich, het is immers ook zo’n immens complex van 190 meter hoogte en 1168 kamers.  Toch is het ondanks de aanwezigheid van de vele toeristen bijzonder om dit gebouw te mogen bekijken. Het Potala paleis bestaat uit enkel hout en steen en alleen de kleuren van de vijf elementen, rood, wit, blauw, geel en groen, zijn binnen in het gebouw gebruikt. Elke Dalai Lama heeft zijn eigen kamer en overal zijn diverse boeddha beelden te vinden. Ondanks dat de Dalai Lama er sinds 1959 niet meer woont, is het leven hier gelukkig niet helemaal verdwenen. Een groep van ongeveer 70 monniken is  verantwoordelijk voor het beheer van het paleis en lopend hier rond of zijn bezig met het zingen van hun dagelijkse mantra’s. 

Na het Potala paleis bezichtigd te hebben, neemt de gids ons vandaag mee naar de Jokhang tempel, waar wij de avond van tevoren ook waren. Ook erg bijzonder om hier een kijkje binnen te mogen nemen. Volgens de Tibetanen bevindt de belangrijkste Boeddha zich in dit gebouw en we zien dan ook een hele rij Tibetanen met een thermosfles gesmolten boter in de rij staan. Deze gesmolten boter is een offer dat voor de boterkaarsen gebruikt wordt.

Een rustige middag en avond volgen, zodat we de volgende dag weer fris op weg kunnen. We zeggen Lhasa gedag en vervolgen onze weg in Tibet met de rivier het eerste stuk aan onze zijde. De bladeren aan de bomen kleuren ondertussen geel en zo tegen een strak blauwe lucht afstekend, lijkt het bijna wel goud. Na een stop voor een kudde schapen die één voor één de sloot overspringen, klimmen we weer omhoog de bergen in. Op 4800 meter hoogte stoppen we en hebben uitzicht op het onwijs helder blauw-groene Yamdrok meer met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. 

We dalen af en rijden lange tijd met het meer aan onze linkerzijde. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden en stoppen met foto’s maken, de turkooize kleur in combinatie met de glinstering van de zon op het water maken het uitzicht zo prachtig. Verder door het landschap rijdend zien we mannen en vrouwen bezig met de aardappel- en radijs oogst en bij een dorpje verderop wordt ouderwets met een hooivork het hooi in zakken geharkt. Na de lunchstop rijden we verder langs een grote gletsjer en krijgen we in de plaats Gyantse, de Dzong te zien, een groot fort waar de Britten in 1904 er met een veldslag voor hebben gezorgd dat er grote schade aan het fort werd gebracht. Aan het einde van de middag zijn we weer in Shigatse, waar we een gezellige avond met onze Chinese en Tibetaanse gids doorbrengen.

Na de volgende dag onze tank te hebben vol gegooid, komen we dichter en dichter in de buurt van de Mount Everest. Al vanaf een afstand rijden zien we het Himalaya gebergte liggen, alleen de Mount Everest? Die ligt helaas in de wolken vandaag. We slingeren heel wat bochten omhoog en hoe hoger we komen, hoe harder het gaat waaien. Wanneer wij de auto uitstappen voor een foto waaien we bijna weg. Via een verlaten hoogvlakte met af en toe een klein dorpje waar de yakpoep op de Tibetaanse huisjes ligt te drogen rijden we verder richting Everest Basecamp. En ineens als we de bocht omrijden zegt onze gids: ‘ooohh’, waarop wij ook iets zien en ‘ohhhh’ zeggen! Voor ons zijn de wolken even opzij geschoven en is de top van de Mount Everest gewoon zichtbaar. Hoe bijzonder, zo over een prachtig aangelegde asfaltweg rijden we naar de basecamp van de Mount Everest, op 5200 meter hoogte! 

Bij Everest Basecamp staan een aantal tenten en we hebben geluk, vandaag is de laatste dag, morgen gaan ze afbreken vanwege de winter die eraan komt. De tent die onze Tibetaanse gids uitzoekt is heerlijk warm van binnen en dat is wel aangenaam als we na een wandeling over de rotsachtige basecamp terugkomen. Het is goed koud buiten. Met z’n drieën overnachten we in de tent en met een slaapzak en de vele dekens die in de tent liggen, houden we het goed warm vannacht.

De volgende morgen is het weer vroeg dag. Rond 6.00 uur zijn de Tibetanen al druk bezig met alles inpakken. De kachel wordt aangestoken met yakpoep en met de hele familie eten we samen ons ontbijt, wat voor ons bestaat uit een lekker dikke pannenkoek en Tibetaanse melkthee en voor de familie uit noedelsoep. We warmen de auto voor, want die heeft het wel aardig koud gehad afgelopen nacht en rijden nog een stukje verder over de rotsachtige grond richting de Mount Everest. Alle wolken zijn verdwenen en hij is prachtig zichtbaar. 

 

 

Met het Himalaya gebergte nog lange tijd zichtbaar aan onze linkerzijde, zetten we geleidelijk een daling van meer dan 3000 hoogtemeters in en verlaten het dak van de wereld. Wat een diepte en hoogtepunten hebben we in China mogen beleven. Nog één nacht voordat we de eindbestemming van onze reis mogen binnen rijden, Nepal is nu heel dichtbij! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 thoughts on “Rijden over het dak van de wereld

  1. Ha Dianne en Johannes,
    Wat een fantastisch verhaal wederom.
    Gonda en ik zijn zelf in Tibet en Nepal geweest.
    Als ik dit verhaal lees komen de beelden, de sfeer en het gevoel bij de Jokhang tempel en het Potola paleis weer boven.
    Komt er nog een laatste hoofdstuk over het laatste stuk naar Nepal.
    We hebben genoten van het indrukwekkende reisverslag.
    Ted

  2. Heel mooi geschreven weer Dianne! Ik vond het helemaal niet erg dat deze blog wat langer was 😉 Wat een andere wereld hebben jullie mogen zien en wat een ervaringen, echt heel gaaf! Erg indrukwekkend om te lezen hoe zo’n begeleide tocht in zijn werk gaat en het heeft mij weer in laten zien dat ik vaker stil mag staan bij het geluk dat ik hier in echte vrijheid kan leven!

  3. Mooi verhaal weer Di, wat een reis! Ik kan niet wachten tot je Nepal verslag. Dat moet ook echt bijzonder geweest zijn!:)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *