De mooie valleien en hoge bergpassen van de Pamir Highway

Tadzjikistan, een land dat eigenlijk nog niet eens zo lang bestaat. Wat tot 1991 onderdeel van de Sovjet Unie was en daarvoor behoorde tot Oezbekistan. Het is het armste land van Centraal Azië waar bijna 44% van de mensen onder de armoedegrens leeft. Maar ook is Tadzjikistan het land van prachtige ongerepte natuur, rivieren, watervallen en hoge bergen met besneeuwde bergtoppen. 90% van dit land is bergachtig en het Pamir gebergte kent bergtoppen van boven de 7000 meter. Wat een geluk dat wij deze mogen aanschouwen tijdens onze reis over de Pamir Highway. Deze op één na hoogste snelweg ter wereld was ooit onderdeel van de zijderoute en voert ons door mooie valleien en hoge bergpassen.

Al vrij snel wanneer we Tajikistan binnen rijden, verandert het landschap. Het platte woestijnlandschap van Oezbekistan is ingeruild voor een groen landschap met bergen die geel, rood en bruin kleuren en de besneeuwde bergtoppen in de verte worden zichtbaar. De rechte weg verandert in een slingerweg en al slingerend genieten we van het prachtige landschap vanTadzjikistan. Af en toe passeren we een klein dorpje, rijden we langs kinderen die in schooluniform langs de weg lopen en enthousiast zwaaien, en stoppen we voor kuddes schapen die de weg oversteken. Het doet allemaal erg gemoedelijk aan. Alleen wanneer we de zogeheten ‘tunnel of death’ doorrijden, is het gemoedelijke even weg. In deze vier kilometer lange tunnel is geen verlichting en de lucht afvoer zit waarschijnlijk verstopt, je ziet er in ieder geval verdomd weinig. We zijn dan ook blij dat we achter een verlichte vrachtwagen rijden die met zijn rode achterlichten ons de tunnel uit leidt.

Tegen de avond rijden we de hoofdstad Doesjanbe binnen en gaan op zoek naar Khuvaydo, mijn Tadzjiekse manager in de periode dat ik voor VSO in Nepal woonde. Mooi om hem hier zo in zijn eigen land terug te zien. We brengen een gezellige avond met hem door en slapen in een veel te groot appartement die hij voor ons geregeld heeft. Na lange tijd in en om onze auto te hebben geslapen, verdwalen we bijna in dit appartement met drie slaapkamers, een woonkamer en woonkeuken.

De volgende dag is onze auto wel toe aan een check-up om de auto ‘Pamir Highway proof’ te maken en samen met Khuvaydo rijden we naar een plek waar we een aaneenschakeling van vele kleine auto garages naast elkaar vinden. Allemaal doen ze reparaties. Heeft elke garage zijn eigen specialiteit? Zijn ze concurrenten of werken ze samen? Hoe het werkt weten we niet precies, wat we wel zien zijn heel wat auto’s en vieze handen en één paar van deze vieze handen gaat in een kleine garage met onze auto aan de slag.

Halverwege de middag halen we de auto weer op en regelen we een auto verzekering. Geen idee waarvoor we tekenen met al die Russische tekens, maar het belangrijkste is dat we verzekerd zijn als we tegen een spiksplinternieuwe Toyota Prado aan rijden, die we, ondanks de armoede in dit land, toch regelmatig zien.

’s Avonds zijn we uitgenodigd bij Khuvaydo en zijn gezin thuis. Zijn vrouw heeft heerlijke Plov gemaakt, het nationale gerecht in veel Centraal Azië landen. De tafel staat naast Plov vol andere lekkernijen en naast eten horen we veel over Tadzjikistan, het leven en de Russische invloed. Interessant om te horen dat de komst van de Russen helemaal niet als zo slecht is ervaren door veel Tadzjieken en dat ze blij zijn dat de Russen zoveel gebouwd hebben.

De volgende morgen proberen we Doesjanbe vroeg uit te rijden. De Oezbeekse president komt vandaag namelijk op bezoek en veel straten worden afgesloten. Om de 150 meter zien we wel een militair staan en alle benzine stations zijn gesloten. Alles voor de veiligheid.

Onderweg rijden we door een herfstachtig landschap met populieren waarvan de bladeren geel kleuren. We rijden langs appelboomgaarden waar de appels van de bomen geplukt worden.

Tot aan een grote dam is de weg prima. Blijkbaar zijn ze hier ook bezig een nieuw optrekje voor de president te bouwen, dus ja, de weg moet wel goed zijn om dit alles mogelijk te maken. Maar zodra de dam uit beeld raakt, houdt het asfalt zo goed als op. De weg wordt lekker hobbelig en stoffig en met een gemiddelde snelheid van 30 km per uur mogen we dan ook blij zijn. Zo af en toe volgt een politie stop waar onze paspoorten gecontroleerd worden. Dat de veiligheidsregels hier zijn aangescherpt sinds de aanslag op de fietstoeristen in juli, is wel te merken.

Via onverharde wegen en waterstroompjes kronkelen we langzaam omhoog. We rijden door kleine verlaten dorpjes en worden af en toe begroet door lokale voorbijgangers waarvan sommige de rechterhand op hun hart leggen wanneer ze ons begroeten. De vriendelijke glimlach van veel Tadzjieken straalt warmte en gastvrijheid uit. Heel mooi om dit te zien.

Tegen het einde van de middag vindt Johannes een mooie wildkampeerplek bij een rivierbedding omringd door bergen. We besluiten de nacht hier door te brengen. Terwijl ik de tent uit klap en Johannes polenta kookt, komen een aantal koeien en schapen uit nieuwsgierigheid dichterbij en de koeien loeien er op los. Na een afwasje in het koude rivier water en tanden poetsen met uitzicht op de sterren kruipen we zelf de tent in en een lange nacht met het geluid van stromend water op de achtergrond volgt.

De volgende morgen zijn we vroeg wakker, maar we zijn niet de enige die er vroeg uit zijn. Wanneer wij om zeven uur een bord yoghurt met muesli eten, hebben we uitzicht op grote kuddes schapen, ezels en paarden die voorbij komen. De herders lopen er te paard naast. Zij hebben bekijks, maar wij ook.

Een uurtje later zitten wij in de auto en halen de kuddes weer één voor één in. Het is direct klimmen geblazen, we mogen de Sagirdasht bergpas van 3252 meter over. Wanneer we na de bergpas afdalen zien we langzaam aan weer bomen en prachtige roze en paarse bloemen. De weg is op sommige stukken erg smal en met het stijle ravijn naast ons, is het maar goed dat er niet teveel tegenliggers ons tegemoet komen. Dat zou een heel gemanoeuvreer zijn geworden. We dalen verder, krijgen de rivier aan onze rechterzijde en rijden weer even de iets meer bewoonde wereld in.

Na in het plaatsje Kalai-khum boodschappen voor de lunch te hebben gehaald, rijden we verder met de rivier aan onze rechterzijde en aan de andere kant van de rivier Afghanistan. Het land ligt dichtbij, op een steenworp afstand. Bizar om te zien, alleen een rivier, die op sommige punten maar een paar meter breed en ondiep is, zorgt voor de grens tussen Tadzjikistan en Afghanistan.

We besluiten te lunchen met uitzicht op Afghanistan, alleen denken de Tadzjiekse militairen daar anders over. Wanneer wij net brood hebben gesmeerd, komen er een paar militairen naar ons toe dat we op deze weg niet mogen stoppen.

Net voor het donker bereiken we het plaatsje Khorog, waar we overnachten. Voor ons gevoel is de Pamir Highway bij het uitrijden van de hoofdstad Doesjanbe al begonnen, maar officieel start de Pamir Highway vanuit Khorog.

Na een rustige start de volgende morgen, doen we boodschappen, gooien we de tank vol en vertrekken we. Op naar de Wakhan vallei, een brede vallei die grenst aan Afghanistan met dorpjes, ruïnes van forten, boeddhistische stoepa’s, grotten en warm water bronnen.

De vallei ligt er prachtig bij. Bomen met bladeren in prachtige felrode en gele kleuren, bergen aan de linkerkant, het helderblauwe water van de rivier en de besneeuwde bergtoppen van de Afghaanse bergen aan de rechterkant. Af en toe zien we aan de Afghaanse kant wat mensen die op het land werken, of iemand te paard of op een motor. Vanaf deze kant ziet Afghanistan er vredig uit.

Na onze lunch bij een ruïne van een fort en een andere overlander te hebben ontmoet die precies dezelfde auto heeft als de onze, klimmen we omhoog en kamperen naast de Bibi Fatima hotsprings, een uit rots gehouwen warmwaterbron waarin het na een koude nacht heerlijk opwarmen is de volgende morgen.

Na een bezoek aan een boeddhistische stoepa en grotten deze ochtend komt het einde van de Wakhan vallei in zicht. Een stijle klim met veel slingerwegen volgt, waarbij de weg rotsachtig is en af en toe zo stijl is dat we zelfs terug moeten schakelen naar de eerste versnelling. Het gehobbel wordt ook zichtbaar aan onze auto. Tijdens de lunch blijkt de linker spiegel aardig los te zijn getild en Johannes haalt hem er maar van af, voordat hij er helemaal af ligt.

Na een aantal zoutmeren te zijn gepasseerd, komen we aan in Alichur. Een plaatsje liggend op 3800 meter. We vinden een homestay waar we op hun parkeerplaats onze daktent uit mogen klappen. Alvast wennen aan slapen op hoogte voor straks in Tibet en dat het aardig hoog ligt, voel je wel aan je ademhaling.

Zo op deze hoogte is het hier ’s avonds best koud en er dwarrelen zelfs wat sneeuwvlokjes naar beneden vanavond. Voor we de tent inkruipen warmen we op met een ‘bucket shower’. Geen douchekop met stromend water, maar een grote pan gevuld met heet water die met een kachel warm wordt gehouden en een ton met koud water ernaast. Met een klein pannetje wat ernaast staat kun je zelf het water mixen tot de juiste temperatuur en vervolgens gooi je het over jezelf heen.

De volgende morgen worden we weer vroeg gewekt. Rond zes uur horen we het gerol van tonnen om ons heen. Na een ontbijt maken we kennis met onze gids van vandaag, genaamd Idris. Met hem gaan we vandaag op zoek naar de zeldzame Marco Polo schapen. Deze wilde schapen met grote ronde hoorns, waar stropers dus ook graag op jagen, leven op hoge vlaktes boven de 3000 meter en zijn in dit gebied te vinden.

Met onze auto gaan we op pad en na zo’n 15 minuten rijden, gaan we van de doorgaande weg af en rijden verder de hoogvlaktes in. Af en toe stoppen we, zodat Idris met zijn verrekijker kan speuren naar de schapen. Wij zetten de auto stil en kijken ook om ons heen. Een wijdse hoogvlakte omringd met rotsachtige bergen. Af en toe horen we wat getjirp van vogels, maar voor de rest? Het is hier zo stil. Na nog een paar keer stoppen en rond kijken heeft Idris beet. Hoog op de berg staat een Marco Polo schaap en wanneer we verder kijken zien we er nog vijf. Ze zijn nog ver weg en met het blote oog nog niet te zien, dus we besluiten de auto te parkeren en te voet verder te gaan. Idris heeft de pas er aardig in en met deze wandeltocht op 4000 meter hoogte vind ik het best een uitdaging de mannen bij te houden zonder buiten adem te raken.

Idris strooit af en toe wat zand in de lucht voor ons, wat ervoor zorgt dat de beesten ons niet kunnen ruiken. Na heel stil voorover gebogen verder omhoog te kruipen, hebben we boven op een berg goed zicht op de schapen, alleen zij ook op ons en zo vertrekken ze helaas langzaam aan weer uit ons zicht. We rijden terug naar de weg, zetten Idris af en vervolgen onze reis over de Pamir highway. Zien kuddes yaks en af en toe komt er een hele groep vogeltjes langs die gezellig een stukje met ons meevliegen. Het ziet er vrolijk uit, net of ze ons de weg willen wijzen. Na de Naizatash bergpas van 4137 meter over te zijn gereden bereiken we de plaats Murgab, wat op bijna 3600 meter hoogte ligt. De huizen liggen verspreid over een droge vlakte waardoor het aandoet als een wild west dorpje.

Na een tankstation te hebben gevonden waar onze tank ouderwets met een jerrycan wordt gevuld met diesel, gaan we op zoek naar wat te eten en vinden een bazaar. Wanneer we deze bazaar overlopen wordt het beeld van het wild west dorpje bevestigd. Deze bazaar bestaat uit zeecontainers die fungeren als winkeltjes. Eén van de containers dient zelfs als slager en de yakkoppen van het vlees liggen nog verspreid over de grond.

Na een overnachting in een homestay willen we de volgende morgen vroeg vertrekken in verband met de grensovergang met Kirgizië vandaag en wanneer de wekker om 6.30 uur gaat, is het nog donker. Wanneer we vertrekken zetten we voor het eerst deze reis de verwarming aan in onze auto. Het is nog lekker koud buiten en veel warmer gaat het het komende uur niet worden, aangezien we verder de hoogte in gaan.

Via een verlaten weg klimmen wij omhoog. De weg is wederom niet overal even goed en op sommige stukken is het noodzakelijk terug te schakelen naar de eerste versnelling. En dan na zo’n uur rijden bereiken we het hoogste punt van de Pamir Highway, de Ak-Baital bergpas die op 4655 meter ligt. Hoge bergtoppen in de kleuren grijs, rood, geel en soms zelfs paars verschijnen voor en naast ons. Het geeft zo’n bijzonder gevoel om hier met z’n tweeën te mogen rijden met zo’n landschap om ons heen. Op twee honden na niemand te bekennen op deze bergpas, ongelooflijk bijzonder.

Na de top te hebben bereikt, dalen we 70 kilometer lang licht naar beneden bij het Karakol meer zijn. Een van de hoogste meren ter wereld met zijn ligging op 3900 meter hoogte.

We rijden via het meer weer verder de bergen in. Voor we bij de grens met Kirgizië komen mogen we nog één bergpas over, de Kyzyl Art pas die op een hoogte van 4282 meter ligt. Bizar om via ons achterruit uitzicht te hebben op de bergtoppen van Afghanistan en Pakistan.

Een paar kilometer voor de grens staan er ineens twee jonge militairen langs de weg. Ik haal de paspoorten al tevoorschijn, maar blijkbaar zijn deze mannen niet in functie. Ze hebben een ton bij zich en vragen om een lift. Vanwege de autorit met onze ‘zoek-de-Marco-Polo-schaap-gids’ zit de achterbank nog op zijn plek en na wat schuiven met tassen, kruipen de mannen op de achterbank. Aangezien er geen extra ruimte meer is voor de ton, zet ik deze maar tussen mijn benen voorin. Ik vraag wat erin zit, maar zodra ik de deksel eraf trek, heb ik spijt. De ton zit vol vlees en dat is te ruiken aan de sterke geur die eruit komt. We krijgen wat aangeboden, maar we bedanken er vriendelijk voor.

Wanneer we even later bij de grens aankomen, blijken de militairen erg blij te zijn met de ton en al kauwend op een stuk vlees wordt onze auto door een van de militairen geïnspecteerd. Al lijkt het of hij eerder op zoek is naar iets voor zichzelf als hij vraagt of we bier bij ons hebben. Hij lijkt wel dronken. Wanneer hij om water vraagt en we hem aankijken is het duidelijk, hij is dronken. Tja, het is denk ik ook niet gemakkelijk om op zo’n hoge en koude verlaten plek in de kou te verblijven voor een paar maanden. Maar goed, wanneer wij een stempel in ons paspoort moeten ontvangen om het land te kunnen verlaten van een andere man die ook al niet te helder meer uit zijn ogen kijkt, betwijfelen we of die uitrij stempel wel op het juiste visum terecht komt. We zijn blij deze grenspost, die sinds de vertrek van de Lenin geen likje verf meer heeft gezien, te kunnen verlaten.

Na vervolgens 15 kilometer door niemandsland te zijn gereden, komen we aan bij de Kirgizische grens. Aangezien het lunchpauze is, besluiten wij ook maar te lunchen. Net wanneer we onze Komkommer, tomaat en feta hebben gesneden, komt er iemand van de douane, die ons welkom heet in Kirgizië en een stempel geeft in ons paspoort. Dat gaat makkelijk. Wanneer we iets verder rijden zien we iets wat ook bij de grensovergang lijkt te horen, maar wanneer we stoppen, er niemand lijkt te zijn én het hek open staat, rijden we door.

Aangezien het tot lunchen nog niet echt is gekomen, parkeren we de auto drie kilometer verderop langs de weg, alleen wanneer we een eerste hap van ons brood nemen zien we in een noodvaart een kleine auto aan komen scheuren met een militair erin die driftig gebaart terug te komen. Wat hebben we fout gedaan? We rijden terug en Johannes wordt gevraagd mee naar binnen te komen. Hij krijgt een hele preek te horen dat we nooit hadden mogen doorrijden, dat we wel eens in de gevangenis kunnen belanden en dat we een boete van 5000 euro mogen betalen. Johannes blijft rustig en uiteindelijk mogen we de grenspost weer verlaten door 2 uur te wachten en 5 euro boete te betalen.

We laten de besneeuwde bergtoppen achter ons en rijden verder over een normale asfaltweg die, zoals Johannes het omschrijft, na de weg in Tadzjikistan aanvoelt als fluweel. Ook op dit eerste stuk van de Pamir Highway in Kirgizië rijden we het eerste uur nog op goed op hoogte. Na nog bergpas van 3515 en een van 3615 meter zetten we de echte daling in en zigzaggend rijden we naar beneden. Bomen worden weer zichtbaar en met de vele dorpjes die we voorbij rijden is er weer veel meer leven dan we de afgelopen dagen hebben gezien. We overnachten in een homestay in het plaatsje Gulcha en de volgende dag rijden we naar Osh, het eindpunt van de Pamir Highway.

In Osh proberen we het stof uit onze auto te verwijderen en krijgt onze auto een goede en welverdiende wasbeurt. Omdat we over een paar dagen bij de grens van China moeten zijn, krijgen we maar een klein gedeelte van het prachtige bergachtige Kirgizië met zijn yurts en yaks te zien, maar heerlijk om hier in Kirgizië even bij te komen van het avontuur van de Pamir Highway met zijn mooie valleien en hoge bergpassen. 

 

 

 

 

4 thoughts on “De mooie valleien en hoge bergpassen van de Pamir Highway

  1. Gelukkig daar zijn jullie weer! Ik mistte al een vervolg, maar begrijp dat de wifi in NL het waarschijnlijk een stuk sneller doet 😉 Mooi om dit avontuurlijke verhaal weer te lezen! Het wordt steeds spannender nu!!! Benieuwd naar meer!

  2. Wat een betoverend verhaal weer. Even leek het alsof ik niet als sardientje in de trein zat maar bij jullie tussen de tassen op de achterbank!

  3. Wat beleven jullie toch veel en gelukkig meestal mooie dingen. Af en toe een boze militair, maar jullie laten je niet uit het veld slaan. Goede reis verder. Bedankt voor het mooie verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *